Ontwikkelaar Jan Poot sr.

Groenstichting-Rozendaal-Finnmark

De heer Jan Poot, destijds directeur van Eurowoningen N.V. en ontwikkelaar van onze unieke wijk, is op 16 oktober 2018 overleden. Hij werd 94 jaar. Hij is tot het laatst betrokken gebleven bij onze wijk. De heer Poot kon zeer genieten van het feit dat de wijk nog steeds functioneerde zoals hij het bij het ontwerp indertijd voor ogen had. Ook stelde hij het zeer op prijs dat hij bij de jubilea van onze wijk werd uitgenodigd. Hij was daar vaak bij aanwezig. Bij het 45-jarig jubileum in 2015 werd hij vergezeld door enkele zonen. Er was toen een ontmoeting geregeld met de bewoners van het eerste uur. Een aantal van hen bedankte hem persoonlijk voor het bedenken van ons Park Rozendaal. Dit deed hem zichtbaar goed. Wij zijn hem veel dank verschuldigd voor het realiseren van dit unieke woonconcept.

Hieronder twee artikelen uit 2013 en 2014 over Jan Poot sr. en het ontstaan van onze wijk.

Mogelijkheden zien en verwezenlijken
De scherpe blik van Jan Poot

Jan Poot is een man die zich niet zomaar in enkele zinnen laat omschrijven. De een ziet een gedreven ondernemer in hem, de ander voelt zich vooral aangesproken door zijn eigenzinnigheid en zijn strijdlust voor een betere ruimtelijke inrichting van Schiphol. De oprichter van de grootste private gebiedsontwikkelingsmaatschappij rond Schiphol is een luis in de pels van het establishment, waarvoor hij door sommigen wordt verguisd en door anderen juist wordt bewonderd. Maar eigenlijk is Jan Poot toch vooral een man met een missie: van Schiphol de meest succesvolle luchthaven ter wereld maken.

Als een van de eerste Nederlanders zag Jan Poot Sr. de enorme potentie van onze nationale luchthaven en van het omliggende gebied. Toen hij zijn eerste plannen ontvouwde om er een kantorenpark te ontwikkelen, viel hem vooral verbazing en ongeloof ten deel. Poot, lachend: ‘Ze vroegen me hoe ik toch op het idee kwam dat bedrijven zich op een weiland bij Schiphol zouden willen vestigen.’ In zijn onlangs verschenen boek Final Call presenteert Poot wederom zijn integrale visie op de toekomst van Schiphol. Juist nu, in deze tijd vol economische uitdagingen en met een nieuwe Schiphol directeur aan het roer, ziet Poot kansen om het gebied verder te ontwikkelen tot een toonaangevend centrum van internationale allure, en wel in de vorm van een luchthavenstad (Airport City) met kantoren, woningen, hotels, een winkelcentrum, veel groen en water en een duurzaam elektrisch transportsysteem.

Parkstad Leusden
In zijn boek draagt hij diverse projectvoorbeelden uit zijn eigen portfolio aan die aantonen hoe intensief ruimtegebruik hand in hand kan gaan met een hoge ruimtekwaliteit. De wijk Parkstad Leusden bekleed een prominente plaats in het boek en heeft ook een bijzondere plaats in het hart van de vierentachtigjarige ondernemer. Het was zijn eerste grote woonproject. In de jaren 60, nog voordat Poot het plan opvatte om een kindvriendelijke, groene woonwijk te ontwikkelen, had Poot als planoloog al vele plannen voor woonwijken onder ogen gekregen. Nu wilde hij het zelf beter doen. Poot: ‘Ik kom uit Vlaardigen, waar het credo is: geen woorden, maar daden. Ik was ambtenaar en kon nauwelijks rondkomen, want ik had toen al vijf kinderen. Toch ben ik gestart met 190 woningen. Omdat ik geen reserves had wist ik dat ik bouwde om mijn woningen te verkopen. Maar ik wilde niet voor institutionele beleggers bouwen. De huizen moesten betaalbaar blijven, dat was mijn uitgangspunt en de basis voor het succes van dit project. Daarom ben ik ook vanaf het begin van maandlasten uitgegaan. De gemeente vroeg aanvankelijk 15 duizend gulden per bouwkavel. Ik zei tegen de burgemeester: u vraagt te weinig, u zou eigenlijk vijfentwintigduizend moeten vragen maar ik bied u tienduizend. Hij keek me verbaasd aan en zei: dat begrijp ik niets van. Ik legde uit dat hij de kosten voor het onderhoud niet had meeberekend. Als u dat wel zou doen, zei ik, dan zou u op 25 duizend uitkomen, maar dat kunnen de mensen niet betalen, ze kunnen zelfs de vijftienduizend niet betalen. Maar als u akkoord gaat met tienduizend, dan laten we de mensen vijfendertig gulden per maand betalen voor het onderhoud van het park en van de wegen. Dat kan dan later worden verhoogd tot vijfenveertig of vijfenvijftig gulden per maand.

Het plan van Poot werkte. De gemeente Leusden gaf Poot de vrije hand om het stedenbouwkundige plan van het woonpark op te stellen en samen met o.a. stedenbouwkundige Daan Zuiderhoek en architect Henk Klunder ging Poot aan de slag. Poot Sr.: ‘Ik wilde een woonpark ontwikkelen waarvan de oppervlakte voor ten minste tweederde uit groen en water zou bestaan. De eengezinshuizen zouden veel privacy moeten bieden en verder wilde ik pleinen realiseren waarop kinderen veilig konden spelen. Ten behoeve van de veiligheid werd gekozen voor doodlopende pleinen met gebogen vormen en groen in het midden, zodat geen doorgaand verkeer zou ontstaan. Verder wilde ik gemeenschappelijke voorzieningen opnemen, zoals een zwembad en een tennisveld.’

Eerder bouwde Poot in Gouda en Delft een serie flatwoningen, ook met een zwembad. Poot heeft iets met zwemmen. In de zestiger en zeventiger jaren was Jan Poot een fanatieke waterpolospeler die speelde in het nationale Nederlandse zevental. Hij zag de sociale functie die een zwembad voor een woonwijk kon vervullen en dus nam hij zwembaden op in zijn plannen. Maar in Gouda was men bang dat dames en heren in badkleding in de lift zouden stappen en dat andere flatbewoners daar aanstoot aan zouden kunnen nemen. Ook was de gemeente bang dat een wijkzwembad ten koste zou gaan van het bezoek aan de gemeentebaden. Jan Poot Sr.: ‘Ik zei, dat is niet waar, het stimuleert juist het interesse voor zwemmen, en voor elkaar. En het liftprobleem hebben we opgelost door vlakbij het zwembad omkleedcabines te bouwen waar men zich kon omkleden.’

Wat de wijk uniek maakt is het feit dat de bewoners zowel eigenaar als beheerder van het park, plein, zwembad, tennisbaan en het avontureneiland zijn. Poot: ‘Ik denk dan ook dat mensen prima in staat zijn om hun eigen wijk te beheren, en dat is ook wel gebleken. De wijk is nog steeds een succes. De kinderen van de eerste generatie bewoners kiezen, nu zij zelf kinderen krijgen, bewust voor deze wijk. In 2005 werd de wijk door de Stichting Jantje Beton uitgeroepen tot meest kindvriendelijke woonwijk in Nederland.’

(tekst Rob Groot)

Jan Poot aan het woord over zijn Parkstad Leusden

“Hoewel bijna 40 jaar oud is Parkstad Leusden dus zo gezien nog steeds de beste woonwijk in Nederland. Uniek is bovendien dat de bewoners regelmatig het bestaan van hun woonpark vieren, eerst hun 10- daarna hun 25- en in 2005 hun 35-jarig bestaan, waarvoor ik op dringend verzoek van de bewoners uit Zwitserland overgekomen ben.

Het woonpark telt ca. 500 drive-in woningen rondom pleinen, bestaat voor meer dan twee derde uit groen en water. Daarin ligt een eigen zwembad bestaande uit 3 baden, resp. voor geoefenden, beginners en peuters met bovendien een uitgestrekte ligweide. Voorts een eigen tennisbaan en een Robinson Crusoe-eiland. Al deze voorzieningen zijn tezamen met het park eigendom van en in beheer bij de bewoners.

Daarvoor heb ik een speciale groenstichting opgericht. De beheerskosten bedroegen in 1970 slechts ƒ 35 per maand, evenveel als de kosten voor het schoonhouden van de trappenhuizen en de portiekverlichting van de flats in de Bijlmermeer van dezelfde leeftijd. Een groot gedeelte daarvan moest overigens reeds afgebroken worden.

De gemeente Leusden heeft medio 1960, destijds ongebruikelijk, aan Eurowoningen plein pouvoir gegeven om zelf het stedebouwkundig plan voor haar woonpark op te stellen. Als president directeur heb ik daartoe een team van bekwame deskundigen gevormd. Leden waren de stedenbouwkundige Daan Zuiderhoek, een landschapsarchitect wiens naam mij niet te binnen wil schieten, de architect Henk Klunder, technisch directeur van Van Gendt’s Aannemingsbedrijf Arend de Winter; wethouder Bijleveld van Leusden; tenslotte Bob van Tol, technisch directeur van Eurowoningen als coördinator. Als opdrachtgever verzorgde Eurowoningen bovendien de financiering en de verkoop, droeg dus voor 100% het financiële risico. De details overlatend aan de deskundigen, heb ik mij beperkt tot het aangeven van de hoofdzaken met de volgende richtlijnen:

  1. Een woonpark als woonwijk met daarin minstens twee derde groen en water.
  2. Pleinen, waarop de kinderen veilig kunnen spelen, met beperkt dus geen doorgaand verkeer.
  3. Honderd procent eengezinshuizen, met maximale privacy waar binnen plaats is voor 2 auto’s, daarbuiten nog voor 1 auto. Dat werden dus drive-in woningen met wonen op de eerste verdieping, zodoende prachtig ongestoord uitzicht op eigen tuin en park.
  4. Eigen verantwoordelijkheid en inschakeling van de bewoners via parkmanagement c.q. een groenstichting.

Reeds bij het gereedkomen van de eerste 120 woningen heeft Eurowoningen volwassen bomen geplant. Binnen 20 jaar zag men door de bomen de woningen niet meer. Hoewel oorspronkelijk weiland is hier dus werkelijk sprake van wonen tussen de bomen. Binnen 4 maanden waren de eerste 4 woningen van een serie van 120 woningen gereed en zelfs als modelwoning ingericht. Elke verdieping was anders ingericht, zodat kopers de keuze hadden uit veel mogelijkheden.

Eurowoningen heeft kort daarna een tweede woonpark in Doorwerth in de gemeente Renkum gesticht en daarbij het gemeentelijk stedenbouwkundige plan van de bekende stedenbouwkundige Prof. Samuel van Embden grondig gewijzigd. Dat bestond voor 100% uit ca. 1.000 flats, heel saai en traditioneel in lange lijnen evenwijdig aan elkaar. Het bos daartussen moest daarvoor gekapt worden. Eurowoningen heeft dat omgezet in 1.500 woningen waarvan 1.000 appartementen met ruime woonbalkons en 500 eengezinswoningen. Daartussen bestaan grote verschillen zowel in omvang als indeling. Dat is te danken aan het feit dat sommige eengezinshuizen als het ware een hap nemen uit de aangrenzende woning, welke daardoor minder kamers heeft dan haar voorganger. Nog groter zijn de verspringende woningen met 3 in plaats van 2 verdiepingen eveneens met balkons aan de voor- en achterkant. Er is dus een grote variatie zowel in aantal kamers als indeling. De achterzijde van de woningen grenst aan het bos. Aan de voorzijde zijn er carports aan een ruim plein.

Tenslotte heeft Bouwfonds Nederlandse Gemeenten eigenaar van een grondstuk in Enschede met een capaciteit van 1.000 woningen, geen gebiedsontwikkelaar en dus zonder ervaring met woonparken, Eurowoningen uitgenodigd als partner. Resultaat van deze joint venture was Park Stokhorst. Bij deze 3 woonparken is het in Nederland gebleven. Leusden was baanbrekend en is model zowel voor het skistation Valmorel als voor Chipshol Park- Rijk (300.000 m² bvo) bij Schiphol.”

Bron: http://www.schipholwanbeleid.nl/chipshol/parkstad-leusden/parkstad-leusden-content.html